De klassieke vaardigheden als plannen, programmeren, coachen en feedback geven, blijven voor een trainer in een blended leertraject net zo belangrijk als altijd. De manier waarop die in een digitale omgeving vorm krijgen verschilt uiteraard met je aanpak bij een face-to-face bijeenkomst. In dit blog de belangrijkste tips om deelnemers te begeleiden in hun online leerproces.

In een online leeromgeving verschuift je rol als centrale bron van kennis en evaluator, veel meer naar het begeleiden van de deelnemer in zijn/haar probleemoplossingsproces, het organiseren van feedback door mede-cursisten (peer-feedback), filteren en voorselecteren van beschikbare (internet)informatie e.d.

Uit onderzoek blijkt dat een online lerende vaak een heel proces doorloopt dat begint bij het verwerven van de nodige basisvaardigheden en eindigt bij het autonoom beheren van het eigen leerproces. Hierop baseerde Dr. Gilly Salmon zich bij het ontwikkelen van haar methodiek  “E-tivities, the key to online learning”. Zij biedt daarin een 5-stappenmethode aan om mensen geboeid en constructief online te laten leren. Hieronder een uitleg van de stappen en (cursief) een mogelijke aanpak in de praktijk.

Stap 1: toegang en motivatie

Individuele toegang tot de elektronische leeromgeving (ELO)  en er mee kunnen omgaan zijn de basisvoorwaarden om aan online interacties deel te nemen. Zorg daarom dat je de deelnemers kunt helpen om een vlotte toegang tot de ELO te krijgen. Deelnemers moeten wennen aan het online leren en de nieuwe leeromgeving. Ze moeten de nodige vaardigheid krijgen in het actief hun weg te vinden in de ELO en deel te kunnen nemen aan de discussies. Als trainer moet je hen daarbij motiveren en sommige deelnemers in het begin misschien een handje helpen.

De inloggegevens met een korte en duidelijke instructie geven de deelnemer gemakkelijk toegang tot de ELO. In een instructiefilmpje worden alle mogelijkheden uitgelegd en krijgt de deelnemer opdracht om zelf de functies van de ELO te verkennen en uit te proberen. Hij voelt zich in korte tijd welkom en vertrouwd met het systeem. En weet dat hij op de hulp van de trainer kan rekenen als het even niet wil lukken.

Stap 2: socialisatie

Hier gaan individuele deelnemers op zoek naar hun eigen online identiteit en naar andere deelnemers waarmee ze in interactie kunnen gaan. Vanuit het besef dat iedereen in hetzelfde schuitje zit en gelijkaardige problemen ervaart krijgt de interactie geleidelijkaan een zekere gerichtheid. Als trainer heb je  hier een voorbeeldfunctie in het ontwikkelen van effectief online gedrag en het maken van (procedure-)afspraken.

De deelnemers oriënteren zich op het thema van de eerste bijeenkomst door op het web te zoeken naar relevante informatie. Die informatie delen ze per mail met de andere deelnemers en de en vragen hen om feedback. Vervolgens doorlopen ze de e-learningmodule om de noodzakelijke kennis te verwerven voor de eerste bijeenkomst.

Stap 3: informatie uitwisselen

Nu gaan de deelnemers inhoudelijke informatie met elkaar uitwisselen. Er ontstaat een vorm van samenwerking om iedereen de leerdoelen te laten halen. Ze kunnen steeds beter omgaan met een breed aanbod aan informatie en de snelheid waarmee ze die kunnen benaderen. De rol van de trainer is het faciliteren en het gebruik van verschillende leermaterialen ondersteunen en aanmoedigen.

Na de eerste bijeenkomst gaan de deelnemers aan de slag met een huiswerkopdracht. De opdracht vereist dat zij veel online met elkaar moeten samenwerken. Om de opdracht tot een goed einde te brengen moeten ze veel informatie met elkaar uitwisselen en elkaar om feedback vragen.De trainer plaatst stellingen op het forum waarover gediscussieerd wordt en de deelnemers schrijven samen aan een onderzoekje via Wikipedia.

Stap 4: kennisconstructie

In deze fase kun je als trainer beginnen met het opstarten van groepsdisussies. Je kunt je meer richten op werkvormen die samenwerkend leren bevorderen. Deelnemers worden steeds actiever en zijn meer bereid om elkaars vragen te beantwoorden en samen nieuwe inzichten te ontwikkelen. De taken van de trainer concentreren zich op groepsvorming.

De trainer heeft op LinkedIn een nieuwe, besloten discussiegroep aangemaakt. Als moderator moedigt hij de deelnemers aan om discussies te starten over het thema van de training en zaken die daar ook zijdelings mee te maken hebben. De trainer stelt naar aanleiding van de discussies nieuwe informatie beschikbaar. Er worden nieuwe ideeën en oplossingen bedacht voor herkenbare problemen uit de dagelijkse praktijk. In de discussiegroep nemen ook externe experts deel.

Stap 5: ontwikkeling

In deze laatste stap nemen de deelnemers steeds meer verantwoording voor hun eigen leerproces. Ze zoeken naar de voordelen die de online leeromgeving hen kan bieden bij het realiseren van hun leerdoelen. Daarbij hebben ze steeds minder behoefte aan ondersteuning door de trainer.

De ELO wordt ten volle benut om eigen leerdoelen te bereiken en de verworven kennis toe te passen in nieuwe situaties. Ze voorzien andere deelnemers van nieuwe links op het web, geven zelf tips en bieden hun hulp aan. Ook na de formele training. Zo kunnen zij, én de trainer gebruik blijven maken van elkaars kennis en werkervaring.