Het 70:20:10 framework van Charles Jennings wordt bejubeld én verguisd. In deze blog wil ik buiten de discussie blijven. De verhouding tussen leren door ervaring, informeel leren en formeel leren, is niet wetenschappelijk bewezen. Ik gebruik het model liever als denkmodel, als trigger om leertrajecten te ontwerpen die de verbinding leggen tussen leren op het werk, in sociale netwerken en in formele cursussen en opleidingen. Bijvoorbeeld aan de hand van het 4C/ID Model van Jeroen van Merriënboer. Ondersteund door de mogelijkheden die de ICT ons biedt. Blended Learning dus!

Kritiek op het framework 70:20:10

Over het 70:20:10 framework van Charles Jennings is al veel geschreven. Het framework legt een zware nadruk op leren door ervaring op te doen in de praktijk (70%). Verder zou het leren voor 20% ontstaan in een sociaal netwerk. Jennings noemt dat -samen 90%- informeel leren. Formeel leren, bijvoorbeeld door een opleiding of cursus, levert volgens hem slechts 10% van het totale leerrendement. Die verhouding is niet wetenschappelijk bewezen. Gevaarlijk bovendien omdat organisaties, juist bij economische tegenwind naar hartenlust schrappen in het budget voor opleidingen en cursussen. Dat levert toch maar 10% van het leerrendement, is de gedachte. Terwijl weinig tot geen zicht is op het zogenaamde informele leren, wat misschien wel tot leeruitkomsten leidt die ongewenst zijn.

Ik onderschrijf wel dat mensen veel leren door ervaring in praktijksituaties en ben ook een aanhanger van het sociaal constructivisme. Dus ja, als het even kan: maak bij het leren gebruik van sociale netwerken. Maar dat kan niet zonder geformaliseerde, gestructureerde leerinterventies die, als het goed is, ontworpen zijn om leeruitkomsten te behalen die zorgen dat het werk beter gedaan wordt en in lijn zijn met de doelstellingen van de organisatie.

Framework als trigger

Toch is het framework van Jennings nuttig als denkmodel, als trigger om het leren zo te organiseren dat zoveel mogelijk kan worden geleerd in de praktijk, gebruikmakend van relevante sociale netwerken. Ondersteund door de noodzakelijke, actuele kennis die nodig is om te zorgen dat het werk beter gedaan wordt. In een leeromgeving die optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden die de IC-Technologie ons biedt.

In plaats van te schrappen in het budget van geformaliseerde opleidingen en trainingen, is het verstandiger om een leertraject te ontwerpen waarin het leren vanuit praktijksituaties plaatsvindt. Ondersteund door actuele informatie die nodig is op het moment dat de praktische vaardigheden geleerd worden. Een leertraject dat de verbinding tussen leren op het werk, in sociale netwerken en in face-to-face bijeenkomsten legt. Waar nuttig en mogelijk ondersteund door de IC-technologie. Blended Learning!

4C/ID model van Jeroen van Merriënboer

Het  Four Components/ Instructional Design (4C/ID) model van Jeroen van Merriënboer geeft richtlijnen die het ontwerpen van een dergelijk leertraject mogelijk maken. Het ontwerp is opgebouwd uit vier componenten.

De belangrijkste component van het model betreft de praktijksituaties die worden vertaald in leertaken. Die leertaken worden idealiter georganiseerd op de werkplek. Als dat niet mogelijk is wordt de praktijk zo goed mogelijk nagebootst. Bijvoorbeeld door simulatie. De tweede component voorziet in het beschikbaar stellen van ondersteunende informatie. Dat is de algemene kennis die nodig is om met de leertaken aan de slag te gaan.

De derde component: just-in-time of procedurele informatie is alle kennis die noodzakelijk is om de routinematige aspecten van de leertaak uit te kunnen voeren. De kennis wordt beschikbaar gesteld precies op het moment dat de cursist die nodig heeft. Op het moment dat het voor het uitvoeren van een bepaalde (deel)handeling relevant is. Die kennis kan aangeboden worden door de begeleider op de werkplek, door een Electronic Performance Support System (EPSS) of door een e-learning module.

Soms is het nodig om aspecten van de praktijkuitvoering te masteren, te automatiseren. Hiervoor worden extra oefenmomenten in het leertraject opgenomen. Bijvoorbeeld het oefenen van handelingen in noodsituaties. Van Merriënboer noemt deze vierde component: deeltaakoefening. Ook die kan zowel offline als online worden georganiseerd.

Blended Learning

Het 4C/ID is geen ontwerpmodel dat in beton gegoten is. Het is zeer geschikt om complexe vaardigheden te trainen vanuit de praktijksituatie. En de noodzakelijke kennis op verschillende manieren aan te bieden. Maar ook zonder dit model toe te passen op het ontwerp is het goed om na te denken over de juiste blend. Blended learning staat voor het aanbieden van leerinterventies in verschillende vormen, op de werkplek of juist niet, online of offline.

En zo bezien is het framework van Jennings een mooie aanzet om breder na te denken over het rendement van het leren. En vooral om de voordelen van blended learning in een breder perspectief te gaan zien.