toekomstDe huidige opvattingen en benaderingen van het leren en de lerenden zijn sterk verouderd. Het is de hoogste tijd om ze eens goed tegen het licht te houden. Zoals organisaties hun business modellen herzien, zouden wij, “learning professionals”, ook onze leermodellen moeten herzien. De lerende die we voor ogen hadden, en hebben sterft uit. Toch baseren we onze ontwerpmodellen, trainingsprogramma’s en leerinterventies nog steeds op de bestaande modellen. Die zullen op de korte termijn niet meer werken.

Opleiders, L&D-ers, trainers, ontwerpers, we bereiden medewerkers voor op werken in dynamische, flexibele werkomgevingen met verschillende organisatiestructuren. Een werkomgeving die steeds meer bepaald wordt door nieuwe technologieën, eco-systems. En toch blijven we ons denken over het ontwerpen van leerprogramma’s baseren op achterhaalde beelden van de lerende. Zo denken we bijvoorbeeld dat lerenden het liefst leren en werken gescheiden houden. Maar de lerende, en zeker die van de nabije toekomst (als er al zoiets bestaat als “de lerende”) is niet meer dezelfde als die van pakweg 10 jaar geleden. Als we de lerende en werkende van de toekomst in een culturele en psychologische context plaatsen dan zien we de volgende kenmerken:

Verstand van technologie

Het merendeel van het huidige werknemersbestand is opgegroeid met elkaar snel opvolgende technologische ontwikkelingen. De laatste 10 jaar hebben ze gezien hoe de ene technologische innovatie amper was geëvalueerd of de volgende diende zich al weer aan. Dan hebben we het ook over mailen, bestanden delen, sociaal netwerken, googelen als gewoonte, gaming, smartphones en robots die het werk doen dat eerst door hun collega’s werd gedaan. Het heeft de werkprocessen in organisaties ongelooflijk veranderd en zal die in de toekomst blijven veranderen. De medewerker van nu weet hoe hij moet navigeren naar honderden, zo niet duizenden websites en mobiele app’s om te leren en zich te ontwikkelen in zijn vakgebied, betrokken te blijven in relevante netwerken en zelfs zijn carrière moet plannen.

Verbonden en gericht op samenwerken

Met toegang tot sociale, open source en mobiele technologieën is deze digitale generatie gericht op samenwerken, tijdens het werk en daarbuiten, en altijd verbonden. Deze generatie is ook voor een een deel zo opgevoed door het onderwijs dat ze hebben genoten. Ook daar deed de digitale technologie zijn intrede en waren werkvormen gericht op samenwerken. Dan zal het niet verbazen dat ze die gewoonte zullen voortzetten in organisaties en daarbuiten om zich verder te ontwikkelen.

Flexibel

Deze generatie medewerkers en de volgende, is flexibel in hun manier en opvatting van werken, leven, leren en spelen. Ze leren wanneer het hen uitkomt.  Werken, leren en leven zijn steeds meer verweven. Werken is ook niet alleen maar een manier om inkomen te verwerven. Het gaat ook om persoonlijke en sociale verrijking.  In die context moeten zij de relevantie en de noodzaak van wat ze doen of leren, in een breder perspectief,  nadrukkelijk kunnen zien.

Als het waar is wat velen al langer voorspellen, zal werken in organisaties binnen 10 jaar in bijna niets meer lijken op het werken zoals we dat nu kennen.  Wordt het dan geen tijd om ons beeld van de lerende in organisaties drastisch te herzien?  En onze leermodellen daaraan aan te passen?