Leertrajecten en –omgevingen worden nog vaak ontworpen aan de hand van traditionele ontwerpmodellen als bijvoorbeeld ADDIE. Dat leidt tot opleidingen en cursussen met een min of meer statische content en gericht op methoden die tegen de tijd dat het geleerde in de praktijk wordt gebracht, deels verouderd zijn. Terwijl de nieuwe realiteit door ontwikkelingen als Web 2.0 en Sociale Media om heel andere leertrajecten en –omgevingen vraagt. Het overweldigende aanbod aan snel veranderende informatie,  de daardoor gewijzigde leerbehoeften en het feit dat organisaties de impact van het leren willen relateren aan strategische doelen, maken innovaties van bestaande leer- en ontwikkelmodellen noodzakelijk.

Web 2.0 en Social Media

Door de razendsnelle technologische ontwikkelingen verschuift ook de leerbehoefte van mensen in organisaties. Niemand heeft nog de behoefte om alle, ongestructureerde en snel veranderende informatie te onthouden. Dat is ook ondoenlijk. De informatie die wel gestructureerd wordt aangeboden in een training of cursus, is verouderd op het moment dat je die nodig hebt op je werk.

Wat je wilt is dat je de informatie die binnenkomt kunt managen en weet waar je de informatie die je nodig hebt, kunt vinden. En dat kan ook. Door Web 2.0  zijn er nieuwe manieren gekomen om content te distribueren en te cureren. Social Media biedt mogelijkheden om lerenden te betrekken en te verbinden zonder de beperkingen van tijd en plaats. Om te voorzien in veranderende leerbehoefte moeten ontwerpers, ontwikkelaars en opleiders op zoek naar andere ontwerpmodellen, die  veel meer aansluiten op de realiteit in een wereld waarin overal informatie voorhanden is over alle onderwerpen

Van opgeslagen kennis naar kennisstromen

samen werkenKennis veroudert snel en de hoeveelheid informatie die ons ter beschikking staat wordt alsmaar groter. Dat maakt het steeds moeilijker om de content in traditionele opleidingen en trainingen up-to-date te houden. Het gaat er niet om méér te weten, maar om te weten waar je de informatie vindt die je nodig hebt. En om op de juiste momenten in relevante kennisstromen deel te nemen. Zulke kennisstromen ontstaan vooral in sociale, vaak werkgerelateerde omgevingen. Leeroplossingen moeten daarop gericht zijn. Leren door te ervaren,  samen te werken en oplossingen te bedenken, door te reflecteren op resultaten. Opleiders krijgen dan de rol van facilitator, curator en aanmoediger van informeel en sociaal leren. In een leeromgeving waarin  alle interacties, leermiddelen, relaties samengebracht worden. Waarin mensen samenwerken, problemen oplossen, met elkaar communiceren, ideeën delen, brainstormen, leren, elkaar helpen de beste methodes te ontdekken, relaties aangaan en informatie delen. Gericht op het verbeteren van de prestaties en de productiviteit. Steeds meer organisaties beseffen de noodzaak om de impact van het leren op presteren en verbeteren, te meten. De bijdragen die het leren en ontwikkelen van medewerkers aan de strategische doelstellingen  leveren, zijn daarbij belangrijker dan het leerproces op zich.

 De werkplek als leeromgeving

Daarom moeten ontwerpers en opleiders loskomen van modellen die uitgaan van (verouderde) taken en daarvan afgeleide leerdoelen. In plaats daarvan is het beter doelen te formuleren die de prestaties en productiviteit verhogen. Door het leren en ontwikkelen naar het werk te brengen creeëer je een leeromgeving waar mensen deel kunnen nemen aan informatiestromen die voor hen relevant zijn. Waar door samen te werken aan verbeteringen en oplossingen, formeel en informeel leren, als vanzelf gebeurt. Gewoon op de werkplek!

Het ontwerpen van zulke leertrajecten en –omgevingen kan niet meer met behulp van klassieke ontwerpmodellen.